Kernpunten van ons bezwaar
Als omwonenden van Beverakker 19 in Houten zetten wij ons in voor een leefbare, groene en veilige buurt. Wij ondersteunen van harte een wooninitiatief voor ouderen en ontmoeting dat past in onze buurt. Tegen het huidige plan hebben wij echter duidelijke bezwaren. Op deze pagina zetten we onze belangrijkste bezwaren en zorgen op een rij.
Dit bezwaar is op 31 augustus 2026 door 20 omwonenden collectief ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Daarnaast hebben nog 3 omwonenden individueel een bezwaar ingediend.
A. Bestuurlijke context
1. Belanghebbenden zijn onvoldoende in staat gesteld tijdig en effectief invloed uit te oefenen op de besluitvorming
Ondertekenaars zijn van oordeel dat gemeente en initiatiefnemer hen onvoldoende tijdig en toegankelijk hebben geïnformeerd over de procedure, de planning, de rol van de gemeenteraad en de mogelijkheden om in te spreken. Daardoor hebben zij hun zorgen niet op de daarvoor geëigende momenten kunnen toelichten en de besluitvorming niet effectief kunnen beïnvloeden.
Daarbij is extra tijdsdruk op de procedure gelegd vanwege de vermeende noodzaak vóór 1 juli 2026 een vergunning te verlenen in verband met de netaansluiting. Achteraf is volgens ondertekenaars gebleken dat deze tijdsdruk niet noodzakelijk was. Hierdoor is onvoldoende ruimte ontstaan voor een zorgvuldige behandeling en afweging van de belangen van direct-omwonenden.
2. Het besluit van het college tot verlening van de vergunning met aan aanvullend voorschrift feitelijk onuitvoerbaar
Aan de vergunning is aanvullend overleg verbonden over essentiële aspecten van het plan, waaronder het aantal woningen, de ruimtelijke uitstraling, groen en privacy. Deze onderwerpen raken rechtstreeks aan de vraag of het plan ruimtelijk aanvaardbaar is en of de belangen van omwonenden voldoende worden beschermd.
Uit het voorgeschreven aanvullend overleg valt af te leiden dat het college zijn besluit op onvoldoende gronden heeft genomen.
Aangezien de verleende vergunning slechts op ondergeschikte punten kan worden gewijzigd, terwijl het voorgeschreven overleg juist betrekking heeft op structurele en essentiële onderdelen, ontstaat een fundamentele spanning tussen het reeds definitief vergunnen van het plan en het daarna nog moeten bereiken van een meer gedragen uitwerking. Dit maakt het besluit van het college feitelijk onuitvoerbaar. Ondertekenaars zijn daarom van oordeel dat het college eerst duidelijkheid over deze essentiële onderwerpen had moeten verkrijgen voordat het een definitief besluit nam.
3. Strijdigheid met algemene en gemeentelijke beginselen van goed bestuur
Deze gang van zaken achten ondertekenaars strijdig met de beginselen van goed bestuur in het algemeen en van de gemeente Houten in het bijzonder.
De laatste zijn onder andere verwoord en door de raad vastgesteld in het Houtens DNA onder de noemer "Regie nemen – samen optrekken": "Een belangrijk kenmerk van de ontwikkelingsfasen van de gemeente Houten is een stevige gemeentelijke regie. Daarin is veel aandacht voor het creëren en nemen van voldoende tijd (voor reflectie en discussie) om zorgvuldig toekomstbestendige plannen te maken."
B. Participatie in het proces
1. Onvoldoende kenbaar is hoe de inbreng van belanghebbenden daadwerkelijk in het plan is meegewogen
De verantwoordelijkheid voor het participatieproces lag in belangrijke mate bij initiatiefnemer, maar het college blijft verantwoordelijk voor een zorgvuldige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheden en voor de uiteindelijke besluitvorming.
De participatieverantwoording beschrijft volgens ondertekenaars voornamelijk welke bijeenkomsten en activiteiten hebben plaatsgevonden. Onvoldoende inzichtelijk is welke belangen naar voren zijn gebracht, volgens welke criteria deze zijn beoordeeld, welke afwegingen vervolgens zijn gemaakt en op welke wijze die afwegingen in het plan zijn verwerkt. Ook het gestelde brede draagvlak onder direct-omwonenden is volgens ondertekenaars onvoldoende onderbouwd.
2. Direct-omwonenden zijn onvoldoende representatief en effectief bij de planontwikkeling betrokken
Direct omwonenden waren beperkt vertegenwoordigd in de klankbordgroep. Daarnaast zijn uitnodigingen voor bijeenkomsten beperkt verspreid. Tijdens verschillende bijeenkomsten was weinig gelegenheid voor een open inhoudelijke dialoog. Verslagen zijn niet voor belanghebbenden beschikbaar gesteld.
Ondertekenaars zijn daarom van oordeel dat geen sprake is geweest van een voldoende transparant en navolgbaar participatieproces waarin hun belangen op gelijkwaardige wijze zijn betrokken.
3. Een transparante afweging ontbreekt, met de inbreng van de bewoners is weinig gedaan
Ondertekenaars zijn van oordeel dat initiatiefnemer is tekortgeschoten in een transparante en consistente beoordeling en afweging om tot de keuze van een planmodel te komen. Het college had hierop moeten toezien en op het nakomen van de eis uit de Startnotitie over de participatie met belanghebbenden op dit onderwerp.
Door bewoners ingebrachte serieuze aandachts- en knelpunten zijn onvoldoende gepareerd met mogelijk negatieve consequenties voor de leefbaarheid wanneer het plan eenmaal is gerealiseerd.
C. Uitvoering amendement
1. Het aanvullend overleg is niet gevoerd vanuit de volledige bandbreedte van de eerder vastgestelde kaders
Het voorschrift is erop gericht binnen de eerder vastgestelde kaders tot een meer gedragen initiatief te komen. Tot die kaders behoort een bandbreedte van 32 tot 40 woningen. Initiatiefnemer heeft bij het aanvullende overleg echter vanaf het begin 40 woningen als uitgangspunt gesteld en de bandbreedte van 32 tot 40 feitelijk buiten bespreking geplaatst.
Daardoor is de ruimte die het voorschrift juist voor overleg en aanpassing heeft geboden onvoldoende benut en is een open benadering om te komen tot een meer gedragen oplossing belemmerd.
Pas in laatste instantie heeft initiatiefnemer aangegeven bereid te zijn te onderzoeken of het aantal woningen met twee kan worden verminderd. Initiatiefnemer heeft daaraan de voorwaarde verbonden dat reactiegevers (indieners van de zienswijze van 8 mei 2026) hebben moeten verklaren bereid te zijn tegen het plan geen bezwaar in te dienen indien blijkt dat met twee woningen minder een voor reactiegevers aanvaardbaar plan is ontstaan. Reactiegevers hebben die verklaring gegeven.
2. Het aanvullend overleg heeft tot op heden niet geleid tot een transparante en volwaardige beoordeling van alternatieven
Reactiegevers hebben een voorstel voor een aangepast plan ingebracht. Vervolgens heeft initiatiefnemer een peiling gehouden. Initiatiefnemer heeft de volledige resultaten van deze peiling tot op heden niet aan reactiegevers en gemeente beschikbaar gesteld.
Initiatiefnemer ontneemt daarmee reactiegevers en omwonenden de mogelijkheid een eigen oordeel te vormen over de resultaten en deze te betrekken in het bereiken van een meer gedragen plan. Initiatiefnemer heeft slechts twee voor reactiegevers essentiële punten uit de peiling geselecteerd waarop reactiegevers hun voorstel zouden moeten aanpassen. Reactiegevers hebben aangegeven de resultaten van de peiling in hun onderlinge samenhang en in samenhang met hun voorstel integraal te willen beoordelen en afwegen. Initiatiefnemer heeft vervolgens het overleg eenzijdig beëindigd.
Reactiegevers hebben de gemeente verzocht te zorgen voor volledige transparantie en te bewerkstelligen dat het overleg wordt voortgezet.
Dit ondersteunt naar hun oordeel de conclusie dat het voorgeschreven overleg onvoldoende open en transparant is uitgevoerd en dat het college daarop onvoldoende regie heeft gevoerd.
D. Onvoldoende motivering
1. Niet duidelijk is welke onderdelen van de BOPA-motivering het college daadwerkelijk voor zijn rekening neemt
Het college verwijst voor de onderbouwing van het besluit naar de door de aanvrager overgelegde BOPA-motivering en onderschrijft deze ‘in hoofdlijnen’. Onvoldoende duidelijk is welke onderdelen het college wel en niet onderschrijft. Daardoor is voor belanghebbenden onvoldoende kenbaar wat het feitelijke en zelfstandige oordeel van het college is.
2. De BOPA-motivering bevat volgens ondertekenaars meerdere relevante feitelijke onjuistheden en inconsistenties
Deze onjuistheden en inconsequenties betreffen niet alleen ondergeschikte details, maar onderwerpen die rechtstreeks van belang zijn voor de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan. Zo is de bewering dat het gebouw grotendeels binnen de contouren van de voormalige bebouwing evident onjuist. Ook de beschrijving van groen en verschillende onderdelen van het ontwerp stemmen volgens ondertekenaars niet overeen met het daadwerkelijk ingediende plan.
Ondertekenaars zijn daarom van oordeel dat het college zijn besluit niet zonder nadere verificatie op deze motivering had mogen baseren.
E. Startnotitie
1. De Startnotitie moet als een samenhangend ruimtelijk kader worden beoordeeld
Voor de ontwikkeling van de locatie Beverakker 19 heeft de raad op 9 februari 2021 een Startnotitie vastgesteld. De Startnotitie geeft de kaders waaraan een plan moet voldoen. De startnotitie is daarmee niet slechts richtinggevend, zoals het college stelt, maar bepalend voor wat op deze locatie ruimtelijk aanvaardbaar is.
Volgens het raadsvoorstel betreft het een vrij kleine locatie in een bestaande bebouwde omgeving. Binnen een vergelijkbaar ruimtebeslag zijn hierop verschillende programma’s mogelijk, afhankelijk van woninggrootte en parkeerbehoefte. Daaruit vloeit een bandbreedte van 32 tot 40 appartementen voort. De bandbreedte staat niet op zichzelf. Bovendien dient de planontwikkeling te voldoen aan eisen voor de stedenbouwkundige kwaliteit die de evenwichtige inpassing in en aansluiting op de omgeving nader borgen.
De invulling van de locatie zal integraal moeten voldoen aan deze uitgangspunten, randvoorwaarden en eisen. De ontwikkelruimte die wordt geboden is aan deze zelfde uitgangspunten, randvoorwaarden en eisen gebonden en kan niet eenzijdig vanuit bijvoorbeeld alleen het aantal woningen worden benut.
2. De Startnotitie is de grond voor de beoordeling van de BOPA en biedt zekerheid aan belanghebbenden
Met de startnotitie heeft de raad feitelijk de gronden bepaald waarop het college moet beoordelen of de onderhavige buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan de locaties, zoals de omgevingswet voorschrijft.
Tevens heeft de raad met de Startnotitie aan omwonenden en andere belanghebbenden zekerheden gegeven voor de aard en omvang van de toekomstige ontwikkeling.
3. Onvoldoende is gemotiveerd waarom het onderhavige plan binnen de integrale kaders van de Startnotitie past
Het college verwijst in zijn motivatie naar afzonderlijke onderdelen van de Startnotitie, maar volgens ondertekenaars wordt onvoldoende gemotiveerd.
Het onderhavige plan overschrijdt volgens ondertekenaars de ruimtelijke kaders die de raad in de Startnotitie heeft vastgesteld. Het college motiveert niet waarom het plan als geheel — gelet op oppervlakte, situering, parkeerbehoefte, groen en relatie met de omgeving — binnen de daarin vastgelegde ruimtelijke uitgangspunten past.
Wanneer van die kaders wordt afgeweken, had het college duidelijk moeten maken waarin die afwijking bestaat, waarom deze aanvaardbaar is en hoe de belangen van de omgeving daarbij zijn meegewogen.
Het college rechtvaardigt zijn standpunt alleen op onderdelen van de kaders van de Startnotitie, maar laat daarbij de andere aspecten waaraan de ontwikkeling moet voldoen buiten beschouwing en gaat voorbij aan de integraliteit van de kaders.
F. Stedenbouwkundige inpassing
1. De bouwmassa en het ruimtebeslag zijn onvoldoende beoordeeld in verhouding tot de omgeving
Het plan voorziet in een gebouw van circa 9,5 meter hoog en circa 43 bij 61 meter. Het ruimtebeslag binnen de buitencontour van het gebouw, inclusief balkons, bedraagt circa 2.600 m² op een plangebied van circa 3.000 m². Dat is bijna 90% van het terrein, terwijl de varianten uit de Startnotitie circa 60% van het plangebied beslaan.
Ondertekenaars zijn van oordeel dat het college zich bij zijn beoordeling eenzijdig richt op het toegestane aantal bouwlagen en onvoldoende op de combinatie van bouwhoogte, bouwoppervlak, afstand tot omliggende woningen en de verhouding tot de bestaande bebouwing. Deze combinatie bepaalt volgens ondertekenaars immers de aanvaardbaarheid van de ruimtelijke inpassing, niet de elementen afzonderlijk.
2. De aansluiting op de bestaande stedenbouwkundige structuur is onvoldoende gemotiveerd
De omgeving wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door grondgebonden woningen van twee lagen met kap. Het voorziene appartementengebouw heeft drie lagen, een plat dak en een aanzienlijk grotere massa. Volgens ondertekenaars past het plan niet bij de woningtypologie van de wijk en de omliggende bebouwing. Evenmin blijkt dat is gezocht naar aansluiting op de omgeving. Van een hoogwaardige uitstraling is volgens ondertekenaars geen sprake.
Volgens ondertekenaars heeft het college onvoldoende concreet gemotiveerd waarom deze verschijningsvorm en schaal desondanks passend zijn binnen de directe omgeving.
G. Bebouwing, inkijk, privacy en bezonning
1. Initiatiefnemer heeft geen overleg gevoerd met omwonenden over de situering van de bebouwing
De Startnotitie schrijft voor dat ".. aan de ontwikkelaar zal worden meegegeven dat participatie met belanghebbenden in ieder geval gaat over de situering van de bebouwing op het perceel en de inrichting van het terrein: parkeren en groen." Dit onderwerp van participatie is daarom belangrijk omdat het de noodzakelijke tegenhanger vormt voor de ontwikkelruimte die de Startnotitie aan een initiatiefnemer geeft. Met deze eis borgt de raad dat omwonenden hun belangen kunnen inbrengen en partijen gezamenlijk op zoek kunnen gaan om tot een gemeenschappelijk gedragen plan te komen.
Initiatiefnemer heeft dit overleg met omwonenden niet gevoerd. Een deel van de omwonenden is bovendien niet uitgenodigd voor de bijeenkomst waarop modellen voor invulling en het bouwplan zijn gepresenteerd.
2. De situering van het gebouw leidt tot aanzienlijke gevolgen voor direct aangrenzende woningen en tuinen
Aan de noordzijde bedraagt de afstand volgens de stukken circa 13 meter tot Hazenakker 1 en circa 14,5 meter tot Beverakker 17, terwijl sprake is van drie bouwlagen en balkons.
Ondertekenaars zijn van oordeel dat deze combinatie leidt tot een aanzienlijke aantasting van de bestaande privacy- en woonsituatie.
3. De gevolgen voor privacy en inkijk zijn onvoldoende concreet onderzocht
Het enkele uitgangspunt dat in een woonwijk enige mate van inkijk gebruikelijk is, is volgens ondertekenaars onvoldoende. Beoordeeld moet worden welke feitelijke zichtrelaties vanuit de verschillende bouwlagen, ramen en balkons ontstaan naar woningen, woonvertrekken en privé-tuinen.
Uit de stukken blijkt onvoldoende dat een concrete zichtlijnenanalyse is uitgevoerd waarmee deze gevolgen objectief kunnen worden beoordeeld.
De inrichtingsmaatregelen die het college daarvoor suggereert zijn nietszeggend en bieden geen waarborg tegen inkijk en aantasting van privacy.
4. Ook de gevolgen voor bezonning en schaduwwerking zijn onvoldoende controleerbaar betrokken
In het besluit wordt verwezen naar een zonnestudie. Voor ondertekenaars is onvoldoende controleerbaar welke studie precies aan het besluit ten grondslag ligt, welke feitelijke effecten daaruit volgen en hoe deze in de belangenafweging zijn betrokken. Gelet op de hoogte, massa en korte afstand tot omliggende woningen had deze beoordeling inzichtelijk en toetsbaar moeten zijn.
H. Parkeren en verkeer
1. De onderbouwing van de toekomstige parkeerdruk berust volgens ondertekenaars in belangrijke mate op theoretische aannames
Door het maximale aantal woningen en het grote ruimtebeslag van de bebouwing resteert op het eigen terrein beperkte ruimte voor parkeren. Voor de parkeeroplossing worden daarom ook bestaande openbare parkeerplaatsen in de omgeving meegeteld, binnen een gehanteerde loopafstand van 150 meter. Daaronder vallen ook parkeerplaatsen in de naastliggende buurt Het Gilde.
Ondertekenaars zijn van oordeel dat onvoldoende is aangetoond dat deze theoretische beschikbaarheid ook overeenkomt met het feitelijke gebruik en gedrag van bewoners en bezoekers en dat daarmee geen onaanvaardbare extra parkeer- en verkeersdruk voor de omliggende woonstraten ontstaat.
Volgens ondertekenaars wordt de druk op de omliggende straten nog eens versterkt doordat de entrees en de stijgpunten (lift en trappen) ver afliggen van de parkeervoorzieningen binnen het plan. Daardoor ontstaat zoekverkeer.
2. De parkeerbehoefte van aanvullende bezoekersstromen is onvoldoende inzichtelijk
Niet duidelijk is hoe rekening is gehouden met bezoekers van de ontmoetings- of buurtruimte en, gelet op de beoogde doelgroep, met mantelzorgers, zorgverleners, familieleden en andere bezoekers. In de huidige onderbouwing is volgens ondertekenaars onvoldoende zichtbaar hoe deze aanvullende parkeerbehoefte wordt opgevangen.
In de uitgebreide parkeeranalyse wordt bovendien gesteld dat de parkeerbehoefte van de buurtruimte niet afzonderlijk in de parkeerbalans is opgenomen.
I. Houtens DNA
1. Onvoldoende is gemotiveerd hoe het plan uitvoering geeft aan de voor deze ontwikkeling relevante kernwaarden van het Houtens DNA
Ondertekenaars betwisten met name dat het ontwerp overtuigend aansluit bij de uitgangspunten van groen, menselijke maat, eigen identiteit van buurten en het dorpse karakter van Houten. Niet is gebleken dat "Omgekeerd ontwerpen" de basis heeft gevormd van het planontwikkelingsproces.
Voor het onderdeel groen is daarbij van belang dat volgens de in het dossier aangehaalde cijfers de hoeveelheid groen juist afneemt van circa 500 m² naar circa 226 m² en verschillende eerder genoemde groene voorzieningen niet in het definitieve ontwerp zijn terug te vinden.
Ook de omvang, massa en typologie van het gebouw roepen volgens ondertekenaars de vraag op hoe deze zich verhouden tot de kernwaarde van buurten met een eigen identiteit en de menselijke maat. De opzet en structuur van het gebouw is niet logisch. Naar het oordeel van ondertekenaars geeft dat aanleiding (sociaal) onveilige situaties. Evenmin kan de opzet dementievriendelijk worden genoemd.
2. De kernwaarde "Regie nemen – samen optrekken" is bepalend voor de wijze waarop het proces moet worden gevoerd
Het Houtens DNA benadrukt de gemeentelijke regie en het nemen van voldoende tijd voor reflectie en discussie. De onder A tot en met C beschreven gang van zaken geeft ondertekenaars aanleiding te betwijfelen of bij deze ontwikkeling voldoende aan dat uitgangspunt uitvoering is gegeven.
Kies voor een passend plan
Wilt u meer weten over onze bezwaren, meepraten, of op de hoogte worden gehouden?